9 jaar Eleanor en Bjorn in keurige stapeltjes
Op zolder staat onze administratiekast. De één na hoogste plank staat vol met ordners. Beneden ligt de rest aan 9 jaar papieren van Eleanor en Bjorn. Ik moet een keuze maken.
Op zolder staat onze administratiekast. De één na hoogste plank staat vol met ordners. Beneden ligt de rest aan 9 jaar papieren van Eleanor en Bjorn. Ik moet een keuze maken.
Ik doe Elke’s deur open. Het is al laat en ze slaapt als een roos. Ik breng haar naar de badkamer om te plassen.
Dit is de levenscyclus van sla.
Zaadje in de grond.
Water erbij.
Mest erop.
Door het zonlicht gaat het groeien.
Oogsten.
Vervoeren.
Verpakken.
Verkopen.
In de slakom.
Dressing erbij.
Andere ingrediënten erbij.
Husselen.
Op het bord.
Eten.
Spijsverteren.
Poepen.
Doorspoelen.
Ik weet alleen niet waar het zaadje vandaan komt.
Ik heb vanavond nog een paar mijterboodschappen gedaan in het winkelcentrum. Pittoresk of dickensiaans zal het daar nooit worden. Ook niet met de feestverlichting die er hangt. Dat maakt het misschien nog wel erger. Rechts gezelligheid. Links nepmarmeren tegels.
Gelukkig zijn er speelgoedwinkels. In snuffelde wat rond, maar vond niets. We hadden ook niets meer nodig. De meisjes achter de kassa pakten druk kadootjes in. Ze vermeden het S-woord door te vragen of een pakje voor 5 december was. Nooit gedacht dat je daar rekening mee moet houden.
Ik ben via een telecomwinkel, de witte boekhandel en de WE naar de auto gelopen.
Onder het leeuwekrukje van Marit ligt een ballon van de Gamma. Hij is al een paar weken oud, maar hij doet het nog steeds goed.
Veel ballonnen houden het na een paar dagen al voor gezien. Lucht ontsnapt en er blijft niet meer over dan een zielig verschrompeld stukje plastic. Met – als het meezit – een beetje speeksel op de bodem.
Maar die van de Gamma doet het nog steeds goed. Wat maakt een ballon de perfecte ballon? Het heeft vast te maken met goed plastic. Als dat poreus wordt of er ontstaat een gaatje dan heeft het noodlot toegeslagen. Je moet dus altijd een kwaliteitsballon hebben.
Een kwaliteitsballon kan niet zonder goede knoop. Een goede knoop is essentieel. Flink veel lucht die onder hoge druk in de ballon wordt geblazen. Een ferme knoop die met kracht is gelegd maakt het helemaal af.
Ik kijk graag naar mensen. Dit gebeurde afgelopen zomer om een warme dag. Twee Friezen staan naast elkaar.
Fries I spuugt.
Fries II: “Da’s niet ver.”
Fries I: “‘t Gaat niet om de vérte. Gaat om bubbeltjes.”
Fries II: “Van die belletjes als die op de grond ligt.”
Fries I: “Ja, van die bubbeltjes die dan langzaam weggaan.”
Fries II: “Met van dat witte spul daartussen.”
Fries I: “Zo’n fluim is een pure poëzie. Het vliegt door de lucht en komt met een splut neer. De bubbeltjes poppen langzaam stuk voor stuk tot er een half-doorzichtig goedje overblijft. En dat verdampt dan in de zon.
Fries II: “Recyclen is eigenlijk best wel mooi.”
Fries I: “Da’s leuk, maar het gaat om de bubbeltjes.”
Ik zag laatst een appelboom.
Hij was lang en erg sloom.
Een aapje woonde daar.
Ja, dat is een beetje raar.
Maar de boom met bananen.
Had veel te oude kranen.
Je eet er wel je buikje rond.
Maar je houdt een droge mond.
Het aapje was weer eens lam.
Hij omvuistte een appel stram.
Onder de boom zat Iscaac heel tevree.
En toen kwam er een appel naar benee.
Eleanor probeert te helpen met het schrijven van een blog. Er staat al een half uur “Ik weet zeker dat we dinsdag miljonair zijn” in mijn scherm. Ik denk dat er een stukje zit in het staatslot dat ik vanmiddag heb gekocht. Ondertussen google ik Lieke van Lexmond. Ze zit in het programma van Paul de Leeuw.
“Er was eens. Nu niet meer.” Eleanor legt me pseudopoezië in de mond. Ik wil eigenlijk alleen maar slapen. Lang, ononderbroken slapen.
En toch wil ik er een stukje uitpersen. Sinds 4 oktober heb ik iedere dag nog geblogd en dat wil ik volhouden. Ik denk dat als ik vaak blog het niveau vanzelf stijgt. Morgen lees ik of er vandaag geen dipje in zit.
Daarom sluit ik af met een Dijkshoorntje: “In Die Hard 0 zien we Bruce Willis als spermatoïde zich een weg banen van balzak naar baarmoeder. Met steeds een peuk in de bek.“
Het is vrijdag. Vrijdag snackdag en ik eet met 3 collega’s. Ze hebben een snack op het bord: een kroket, een frikandel en een gebakken vis.
We hebben een het over een bekende van ons. Een dikke bekende. De kroket vraagt zich af hoe dik hij ook alweer was. “Kon hij zijn broek nog wel op de taille krijgen?” We weten het niet meer. We weten wel dat hij veel is afgevallen de laatste jaren.
De frikandel vraag zich af wat de volgende stap is. Hoe krijg je je broek om als hij niet meer om je taille past en hij ook nog te laag zit om je private delen te bedekken?
Ik mijmer: “Dan heb je waarschijnlijk een Obelixbroek nodig”.
Ik denk “Novemberschemer”. Het is buiten donkerig, dus is het goed dat de straatverlichting brandt. Ik rijd met de auto door de stad om Eleanor op te halen.
Om bij Eleanors werk te komen heb ik een uitgekiende route.
Hou je vast, dit is een korte tour door de Oosterpoort. Ik rijd van het parkeerterrein van mijn werk en rijd over de Winschoterdiep onder de ringweg door en via de Meeuwerderbaan naar de Meeuwerderweg. Op de Meeuwerderweg neem ik de laatste afslag voor de Griffeweg naar de Palmslag en via de Oosterweg naar de Trompslingel.
Maar daar gaat het niet om.
Ik stond vanavond voor het stoplicht bij de Oosterweg. Achter mij stond een auto. Een vrouw achter het stuur. Een man op de bijrijdersstoel. Ze keek hem half aan. Hij streek met zijn hand over zijn wang. Ik stelde me zo voor dat hij deze lift niet zomaar had gekregen. Haar ogen straalden een beetje. Hij keek in gedachten, met een hand aan zijn wang, voor zich uit. Boodschappen, daar dacht hij aan.
Het licht ging op groen. Ik trok op, de auto achter mij volgde. Ik parkeerde op de laad-en-losplek en de auto reed mij voorbij. Eleanor stapte in.
Kus, knipperlicht, gas.