Lebbis en Jansen

Alles verdient een goed eind. Mooi, snel, om te lachen, maar het moet bovenal goed zijn. Een abrubt eind, is geen goed eind. Het publiek een gelukkig nieuwjaar wensen na een oudjaarsconferance is toepasselijk, maar dat mag alleen als het een goede afronding is van een goed eind.

Bij het publiek was er vanavond in de Stadsschouwburg vreselijk sprake van verwarring. Het begin was goed: een leuk meezingliedje. Het middenstuk was meer dan heel behoorlijk. Maar dat slot… Ze zwaaiden naar het publiek, het licht ging aan en er kwam een dame met twee bossen bloemen het podium op (Iets dat volstrekt zinloos was, want een half uur later begonnen ze weer van voren af aan met een vers publiek. Misschien dat zij een goed eind krijgen.) en toen was het afgelopen. Mensen moesten elkaar aansporen om weg te gaan. Er zaten veel vrekken in het publiek die bang waren de encore te missen.

(Zo! Nu eindig ikzelf ook maar eens slecht. Gelukkig nieuwjaar!)

We got him

saddamhebbes2.jpg

Onderdrukt agressief, maar erg effectief werd het nieuws gebracht. Maar het was net zo onverstaanbaar voor de gemiddelde Irakees, als It giet on voor de gemiddelde Nederlander. Ik ben blij dat wij niet, zoals de Duitsers, alle nasynchroniseren. Wat had je moeten zeggen? Hebbes? Kip, ik heb je?

De verschijning van Saddam vond ik uitzonderlijk. Hij was een soort kruising tussen Karl Marx en Luciano Pavarotti die een paar weken op een Big Diet in de woestijn is geweest. Niet echt dictator waardig. Volgens mij raken de modenichten in de bladen niet over zijn survival-look uitgesproken. Niet dat ik weet of ze positief of negatief zijn. Wie weet is de wildeman-look helemaal Kerst 2003.

Jan Jaap van der Wal

Het theater is soms een overweldigende ervaring. Iets dat ik het liefst nog even laat bezinken op weg naar de uitgang van de Schouwburg. Als je dan zo namijmerend in de rij aan het wachten bent, staat er altijd een student voor je die het hele programma gaat uitleggen aan zijn date.

Lees verder

Brilloos

Ik knipper wat onwennig met mijn ogen, maar als ik in de spiegel kijk zie ik mijzelf scherp. Voor het eerst in weken heb ik mijn lenzen weer in en ik verbaas me hoe gemakkelijk ik ze in heb gekregen.

Mijn hoofd ziet er heel anders uit. Waar ik steeds metaal zag zitten, begroet de huid tussen mijn ogen het badkamerlicht.

‘Zonder bril zie ik er een stuk beter uit.’ bedenk ik mijzelf en ik bewonder mijn gezicht nog eens goed in de spiegel. Ik neem een paar mode-poses aan maar de badkamer verandert niet in een fotostudio. En ik niet in een fotomodel.

Ik kijk nog eens goed. ‘Hoewel?’