Plaslov

Ik ga niet graag naar de bioscopen van PathΓ©. Ze hebben geen plaspauze, maar ik heb altijd wel een grote cola. En omdat ik een slokop ben, heb ik die als het licht uitgaat al op. De ervaring leert dat mijn nieren gemiddeld een halve film nodig hebben om de bruikbare bestanddelen van cola (zijn die er?) te scheiden van de onbruikbare. Dat betekent, dat ik een halve film een volle blaas heb.

Vanavond was Star Trek: Insurrection op televisie. De laatste keer dat ik hem zag, was in de bioscoop. En, ja hoor, tijdens ieder reclameblok ben ik naar het toilet geweest. En nog voordat de aftiteling met veel hoornschal uit de boxen klonk, stond ik weer voor het toilet.

Ik heb hetzelfde met Broken Wings van Mr. Mister en Long Train Running van de Doobie Brothers. Vast niet omdat het zeikplaten zijn. Als ik Pavlov’s buurjongen was geweest, had zijn hond tenminste op normale tijden kunnen eten.

Cappuccino

Het bereiden van cappuccino is een geΓ«erd ambacht. Vast en zeker generaties lang overgedragen van vader op zoon in, ik hoop, de meest barre wijken van grote Italiaanse steden als Napels. Ik hoop ook dat de samenstelling staat voor het barre leven in deze buurten (het deel espresso) en teken is voor hoop op betere tijden voor het nageslacht (de melk).

Chinees eten is in Nederland anders dan in Amerika, Duitsland en China zelf. Geen autochtone Chinees heeft ooit gehoord van een sateetje. En ik ben bang dat het ook zo gaat met de cappuccino. Ieder land heeft zijn Douwe Egberts of Sara Lee die het net een beetje anders maakt. En da’s een coffee shame.

Het waanidee dat je cappuccino ook thuis zou moeten kunnen drinken maakt het alleen maar erger. Instant-cappuccino in rare zakjes die klontert als je niet volgens Captain Janeway’s zoekpatroon Alfa roert. Of nog erger: een gratis melkopschuimer bij je pak filterkoffie waardoor je robuuste kop koffie verwatert tot in de magnetron opgewarme moedermelk. Ik ben geen baby!

Het toppunt is de drap die wordt geserveerd door koffieautomaten. Zielloze poederaanlengers met dubbele moraal zijn het. Ik weet een apparaat te staan, in een heuse pantry (nee, da’s geen r te veel), die zowel verse als instantkoffie kan tappen. Dat begrijp ik niet. De prijs is gelijk (gratis, dat geeft het apparaat zelf aan), maar je kunt lekkere en vieze koffie krijgen. En dan maken mensen ook nog eens de verkeerde keuze, hΓ¨! Godgeklaagd.

Daar heeft Marco Polo geen koffiebonen voor uit China gehaald.

Turks Fruit

Turks Fruit is het eerste echte boek dat ik heb gelezen. Met echt bedoel ik literair, maar dat staat zo kakkineus (hoe spel je dat, in godsnaam!). Ik las het om alle verkeerde redenen: Jan Wolkers was één van de weinige schrijvers die ik kende (ik was 15) en ik wist alleen dat er veel in geneukt werd (het spijt mij van deze platte omschrijving, maar hé, ik was 15!).

Toen ik het boek uit had, keek ik anders tegen de rest van mijn boekenlijst aan. Ik ben direct naar de bieb gerend om meer boeken te halen. In die herfstvakantie heb ik nog twee andere boeken gelezen. Maar om eerlijk te zijn werd ik van Een vlucht regenwulpe niet echt vrolijk, ondanks dat ik het compenseerde met Koot graaft zich autobio.

De schoonheid van Turks Fruit zit hem in de tragiek van het verliezen van zo’n heftige en mooie liefde. Het sterven van Olga vond ik aangrijpend, maar ik kreeg pas echt een brok in mijn keel van de beschrijving van hoe de ikfiguur de pruik van Olga meegaf aan het vuil.

Het is meer dan twaalf jaar geleden dat ik Turks Fruit voor het eerst las en de film heb ik een jaar of negen geleden voor het eerst gezien. Ik weet niet meer wat precies waarin gebeurde. De scene waarin Rutger Hauer de pruik wegdeed staat op mij netvlies gebrand en ergens twijfel ik of ik het daadwerkelijk heb gelezen.

Vrijdagavond heb ik het boekenweekgeschenk gescoord bij het kopen van een boek als verjaardagskado. Ik zag Turks Fruit liggen. Het wordt tijd dat ik eens goed ga lezen in de boeken dit ik nog (half)ongelezen heb liggen, dan kan ik hem mijzelf kado doen.

Wasdroger

Als je in een nieuwbouwhuis woont en in een stationwagon rijdt, ben je de burgerlijkheid zo ver voorbij dat je zonder blikken of blozen een wasdroger kunt aanschaffen.

Mooie uitvindinding. Je pakt een een berg gewassen was (gewassen was is geen was meer, dus is het eigenlijk is, maar dat is flauw en dΓ‘t krijg je van z’n levensdagen niet in een droger). Je flikkert het in de machine en er komt na een uur of twee een bergje droge gewassen was uit. En dat noemen we gewoon weer kleren, handoeken en theedoeken.

Het lijkt mij geweldig om de lekker warme pas gedroogde was op mijn bed gooien en er middenin te gaan liggen. Net zo lang totdat het koud is geworden. Ik zet hem met stip op 2 op mijn lijstje met heimelijke genoegens die ik nog niet in praktijk heb gebracht.