De sociale functie van Top Gear

Fifth Gear is een autoprogramma. Net als Top Gear. Alleen hebben ze bij Top Gear door dat het serieus testen van een nieuwe Ferrari onzin is. Ze doen het wel, maar ouwehoeren er genoeg om heen om zodat het afleidt. Want 99% van de kijkers kan die Ferrari nooit betalen.

Bij Fifth Gear begrijpen ze dat niet. Zij zeggen dat ik een nieuwe BMW M5 moet kopen omdat hij met 139 km/h geen onderstuur heeft. En ze denken dat ik wat met die informatie doe. Dat ik op zaterdagochtend bij de BMW-dealer sta en zeg: “Doe mij die M5 maar, want hij heeft geen onderstuur. Kan ik chippen?”

Daarom kijk ik wel Top Gear. Zij weten dat Top Gear kijken, shoppen voor mannen is. Je likt je vingers af bij iets dat je niet kunt betalen en je koopt aan het eind van de middag in de eerste winkel het goedkopere praktische model.

Vergis je niet in het belang van Top Gear. Het heeft een sociale functie. Ze testen auto’s die alleen presentatoren van Top Gear kunnen betalen. Doen alsof dat ook jouw beroep is en ze maken een paar grappen tussendoor. Je krijgt het gevoel dat je serieus wordt genomen en er valt wat te lachen.

Generaties petjes in Golfjes hebben er een positief zelfbeeld van gekregen.

Googlen naar de perfecte trouwjurk

Volgende zomer gaan we trouwen. In de vuurtoren van Terschelling. Had ik dat al verteld? We gaan met z’n allen in een groot huis zitten en het wordt zeker weten geweldig.

We moeten nog veel voorbereiden. Alleen de datum, de trouwlokatie en het huis zijn geregeld. Een pak voor mij lijkt mij geen probleem. Een jurk voor Eleanor ook niet. Maar in de bruidsjurk heb ik mij al eerder vergist.

Ik had de perfecte jurk in gedachten. Het was niet mijn droomjurk. Ik heb geen idee wat mijn droomjurk is. Ik heb geen droomjurk nodig. En dat bleek, want Eleanor vond hem niet mooi. En dan denk je dat je iemand 9 jaar kent.

Net mocht ik de computer overnemen van Eleanor. De browser stond open op een bruidssite. Ik zie allemaal prinsessenachtige jurken. Het model heeft een stafje in de hand. Ik trek een verbaasd gezicht. Eleanor lacht mysterieus.

Ik moet mijn verbazing even uitleggen. Eleanor is op en top vrouw, maar geen meisje-meisje. Ze is dol op chocola, maar houdt niet persé van Sex & The City. Ze ziet er altijd leuk uit, maar het hoeft niet de laatste mode te zijn. Ze is alles, maar geen tutje.

Aan de andere kant ben ik wel wat geruster als het wél een prinsessenjurk wordt. Het verklaart Marits sprookjesobsessie. Ik dacht altijd dat dat door mij kwam.

Wat is dat voor geluid?

Eleanor stoot mij aan. “Wat is dat voor geluid?” Ik slaap nog driekwart en ik kan het ook niet plaatsen.

Ik draai op mijn rug en dut half  na. Eleanor stapt uit bed en kijkt in de kamertjes van de meiden. Het is al na zessen. Elke en Marit liggen bij ons (lees: Eleanor) in bed.

“Volgens mij is er een muis beneden. Kom mee kijken.” ‘s Nachts ben ik extreem volgzaam. Eleanor blijf onderaan de trap staan. Er vliegt iets zwarts over de grond voorbij. Ik heb mijn bril niet op, maar ik zie er ook een muis in. Rosso, onze “sorry excuse for a kater”, loop er achteraan. Er zat al geen jachtinstinct in het beest. En sinds hij geen ballen meer heeft, is hij helemaal een poessie.

Eleanor fluisterschreeuwt Rosso naar de woonkamer. Door de opwinding over de muis luistert hij wonderwel. Zo, die zit achter de deur. En de muis is de meterkast in gevlucht.  Eleanor ruimt de meterkast uit.

“Hij zit onder de vloer!”.  Ik begrijp niet hoe dat kan. Ik sta nog steeds half slapend op de trap. Eleanor lijkt zich aardig te redden.  Ondanks dat hij ‘onder de vloer zit’. Ik ga naar boven om te plassen.

Als ik terugkom staat het halletje vol met spullen uit de meterkast. Bezems, de stofzuiger, zakken van Sinterklaas en pakpapier. Veel pakpapier. Eleanor heeft het beestje te pakken. Ze het hem de voordeur uit.

“Die is weg. Misschien was de voordeur niet de slimste plek.” Ik begrijp niet waarom en blijf zwijgend staan. Eleanor kijkt mij triomfantelijk lachend met handen in de zij aan. Ik lach terug en ga opruimen.

Ik ben nog steeds niet echt wakker. En ik krijg het pakpapier niet meer terug in de kast. Zuchtend ging ik zitten. “Laat mij maar even.” Ik loop weer naar boven. Halverwege zegt Eleanor “En bedankt, he?”.

Ik gniffel een beetje beschaamd. Ik verexcuseer me: “Je stond in de weg. Ik kon er niet bij.” Ik wil weer naar bed.

Een paar uur voor de paraplu

Ik had maandag dus een afspraak. Hij was om 10 uur en ik had Eleanor naar haar werk gebracht. Daarom was ik al om 9 uur dichtbij mijn afspraak. Als ik naar huis zou rijden, dan zou ik gelijk weer in de auto moeten springen.

Dus parkeerde ik de auto en ging ik ergens koffie te drinken. Dat is lastiger dan je denkt op maandagochtend kwart over 9. De croissanterie vlak bij de parkeergarage was nog dicht. Daar tegen over: het koffiewinkeltje waar ze ook koffie schenken idem dito.

Toen kneep ik hem wel even. Figuurlijk, want ik had geen zin een stadswandeling. En letterlijk, want mijn darmen slaakten de roep van de natuur. Ze slaakten hem luid. Tussen hoop en vrees liep ik naar de McDonalds om de hoek.  Hij was akelig leeg. Gelukkig op een tafeltje met een oud mannetje na.

Ik durfde nog niet te zuchten van verlichting. Dus ik bestelde snel een koffie, pakte een tafeltje en rende naar het toilet. Wat daarna gebeurde bespaar ik jullie. En er komt ook geen “Maar wat ik wel wil zeggen…”

De McDonalds op maandagmorgen om twintig over 9. Daar kun je een verantwoorde film laten beginnen. De hele zaak is uitgestorven. Op de oude man, het kassameisje en ik na. Op 3 grote flatscreens speelt een kabelkrant. Je hoort reclame afgewisseld met muziek. Je hoort steeds maar 1 minuut van een liedje en dan gaan ze door naar het volgende of de reclame.

Ook als niemand er eet, ademt alles consumptie uit. Ik iPhone een beetje, drink mijn koffie  en ga naar mijn afspraak.

Ik had een paraplu mee moeten nemen

Het is nog geen 3 uur. Ik sta met Elke op het schoolplein. Het regent. En Elke is zo slim geweest om haar paraplu mee te nemen.  Ik niet.

Het is wel een soort van gerechtigheid. Vanmorgen was ik te laat bij school om Marit op te halen. Ik had een afspraak en die liep uit. Dus moest ik vlug terugrijden naar school. Omdat ik laat was, moest ik ook nog ver weg parkeren en flink rennen. Ik maakte bovendien een grote fout: ik koos ervoor om eerst Elke te halen. Dat was niet slim, want zij wordt altijd uit de klas opgehaald. En ze merkt eigenlijk nooit dat ik de klas in kom.

Toen ik uit de peuterspeelzaal het plein van de basisschool op liep, zag ik een huilende Marit naast juf staan.

Slik.

Met Marit op de arm liepen we naar de auto. Ik beloofde lekkere dingen bij het eten en knuffelde er flink op los. Bij de auto waren de traantjes alweer weg.

En nu regen ik doornat op het schoolplein. Ik moet nog een kwartier. Mijn onderbroek is al nat.

Onthoud dit als je ballonnen opblaast

Onder het leeuwekrukje van Marit ligt een ballon van de Gamma. Hij is al een paar weken oud, maar hij doet het nog steeds goed.

Veel ballonnen houden het na een paar dagen al voor gezien. Lucht ontsnapt en er blijft niet meer over dan een zielig verschrompeld stukje plastic. Met – als het meezit – een beetje speeksel op de bodem.

Maar die van de Gamma doet het nog steeds goed. Wat maakt een ballon de perfecte ballon? Het heeft vast te maken met goed plastic. Als dat poreus wordt of er ontstaat een gaatje dan heeft het noodlot toegeslagen. Je moet dus altijd een kwaliteitsballon hebben.

Een kwaliteitsballon kan niet zonder goede knoop. Een goede knoop is essentieel. Flink veel lucht die onder hoge druk in de ballon wordt geblazen. Een ferme knoop die met kracht is gelegd maakt het helemaal af.

Wie kent hem niet?

Ik liep vandaag door de Bruna. Morgen viert mijn vader zijn verjaardag. We vinden het al jaren moeilijk om iets leuks voor hem te verzinnen. Dat komt niet omdat we niet weten wat hij leuk vindt. Dat weten we heel goed: een boek over de geschiedenis van Groningen.

Ik had in een huis-aan-huiskrant gelezen over een nieuw boek (meer vertel ik niet, hij moet het cadeau nog krijgen!). Vorige week vond ik het niet in het Groningen-hoekje van de Bruna. Maar nu lag hij er wel. Ik was dus snel klaar en neusde wat rond.

Ik verspilde tijd. Want de intocht van Sinterklaas was al begonnen. Dat wil ik ieder jaar weer zien. Het blijft grappig om te zien dat er een probleem is, waar heel moeilijk over wordt gedaan, en zo opgelost is. Ik heb dus snel de andere boodschappen gehaald, teruggereden en ik ben met de meiden voor de tv gaan zitten.

Antoinette, heb je mijn brief gelezen?

Onze waterkoker heeft een belletje. We horen een beschaafd *ping* als het water kookt. Zo ook vanavond. Ik gooi het water in 2 koppen en bungel er een zakje in. Zo’n piramidezakje waar de thee alle ruimte heeft om op te lossen in het water.

De makers zeggen dat je kopje thee daardoor lekkerder is, maar ik geloof dat niet. De thee lost sneller op en daardoor is je kopje thee sneller klaar. Meer niet. Erg handig bij groene thee.  Want dat raakt nog langzamer op kleur dan witte thee.

Bij groene thee sta je gerust een half uur te dippen. En het helpt geen (thee)zak. Al doe je het een uur, groen wordt het niet. Ook niet met Sint Juttemis of  St. Patricks. Ik vind dat groene thee verboden moet worden. Het voldoet niet aan de verwachtingen. Je wordt als consument bedondert. Besodemieterd!

Ik begrijp alleen niet waarom Tros Radar niet reageert op mijn brieven over groene thee. Alle 32.

Deze avond werd mede mogelijk gemaakt door Eleanor

Vijf muzikanten op een rijtje. Ze staan elkaar omarmend op het podium. Het concert is afgelopen. Ze maken een buiging.

Het licht gaat aan en het publiek draait zich om naar de uitgang. Door de foyer loop ik langs de merchandising. Op de deur naar de parkeergarage staat “trekken” in het lettertype van Iron Maiden.

In de auto bel ik Eleanor. Ik was moe en had niemand om mee te gaan, dus ik had niet veel zin meer. Eleanor pushte me naar het concert toe. Ik ben blij dat ze dat deed.

In de parkeergarage rijdt en hellingproeft een lange rij auto’s naar de slagboom. Aan het plafond wijst een bordje naar de betaalautomaat. Er staan guldens op.

Soms weet ze beter wat goed voor voor me is dan ikzelf. Andersom is dat ook zo. Ik zal wat vaker drammen.

Het gaat om de bubbeltjes

Ik kijk graag naar mensen. Dit gebeurde afgelopen zomer om een warme dag. Twee Friezen staan naast elkaar.

Fries I spuugt.
Fries II: “Da’s niet ver.”

Fries I: “‘t Gaat niet om de vérte. Gaat om bubbeltjes.”
Fries II: “Van die belletjes als die op de grond ligt.”

Fries I: “Ja, van die bubbeltjes die dan langzaam weggaan.”
Fries II: “Met van dat witte spul daartussen.”

Fries I: “Zo’n fluim is een pure poëzie. Het vliegt door de lucht en komt met een splut neer. De bubbeltjes poppen langzaam stuk voor stuk tot er een half-doorzichtig goedje overblijft. En dat verdampt dan in de zon.
Fries II: “Recyclen is eigenlijk best wel mooi.”

Fries I: “Da’s leuk, maar het gaat om de bubbeltjes.”