in Weblog

De breuk

Mensen halen in tijden van quarantaine troost uit televisie-uitzendingen die ze al eens hebben gezien. De NOS zond daarom samenvattingen uit van Oranje tijdens het EK’88. Ik zag alleen de halve en de hele finale.

Van de wedstrijd tegen Duitsland kon ik mij alleen herinneren dat Lothar Mattheus een lul was. En dat de oorlog, die blijkbaar in 1974 was begonnen, het hoofdgerecht uit het narratief was. Want Rinus Michels was toen ook bondscoach. Onzin natuurlijk. De Duitsers werden datzelfde jaar en in 1990 gewoon wereldkampioen. Wij niet.

Het was een afgrijslijk lelijke wedstrijd was. Slecht voetbal, geschop en een actieve, nationalistische onderbuik bij Nederlanders waar je bij der FΓΌhrer de handen voor op elkaar had gekregen. De wedstrijd verdiende geen winnaar. De andere halve finale had je net zo goed als finale af kunnen doen.

Maar het liep anders.

Dus stonden we tegenover de Russen. En dat was wel een goede wedstrijd. Twee prima goals, waarvan de laatste weergaloos was. Finales zijn doorgaans slechte wedstrijden. De EK-finale van 1988 was de uitzondering die de regel voorzichtigjes bevestigde. Het enige mindere was de penalty die Hans van Breukelen veroorzaakte.

Het was al 2-0 en Van Breukelen beging op een stomme plek een overtreding op een Rus. Er was geen doelgevaar, maar Belanov mocht nu vanaf elf meter een hoek uitzoeken. En dan zou de wedstrijd weer een wedstrijd zijn. Van Breukelen herstelde echter zijn fout door door strafschop te stoppen. Daarom is het toch een van de hoogtepunten van die wedstrijd. Iemand begaat een fout en herstelt hem daarna gelijk zelf.

Van Breukelen werd een soort held voor de massa. Echter, niet omdat je daar meer van leert dan van een volley uit een onmogelijke hoek.

Heb je wat te melden?

Reactie