in Weblog

NWG, weg ermee

Ik vond het een klein wonder. Meer dan vijfentwintig jaar nadat ik het zelf had moeten snappen, had ik onze jongste met succes het verschil uitgelegd tussen het naamwoordelijk gezegde en het werkwoordelijk gezegde.

Een klein wonder, inderdaad, want ik kon haar niet uitleggen waar het goed voor was. Maar omdat ik vind dat alles wat je leert op de middelbare school een groter nut moet dienen, had ik gezegd dat het heet nuttig was als je Nederlands ging studeren.

Het kwam niet aan. Volkomen terecht. Ze studeerde liever Engels.

Ik had de grenzen van mijn uitlegkwaliteiten bereikt en ik vond dat dat goed was. The Next Generation kon een werkwoordelijk gezegde herkennen en dat zou bijdragen aan een voldoende voor een toets die best vaak meetelde. Proefwerkpragmatiek.

Nog een laatste zin oefenen.

Ik is onderwerp”

Was het opluchting? Euforie? Gewoonte? Ik antwoordde met een woordgrap waar Gaaikema zich voor zou schamen: “Nee, onderwerp, anders is de persoonsvorm ben.”

Ze keek me in paniek aan. Ik hoorde een ruisend geluid en zag de definities van het werkwoordelijk gezegde en het naamwoordelijk gezegde via het oor van mijn dochter uit haar hoofd rollen.

Uit alle macht klemden ze zich vast aan haar oorlel. Het was hopeloos te laat.

Heb je wat te melden?

Reactie