in Weblog

Voer. Hatsee.

De Oprichter was Chinees aan het halen. We hingen wat rond een tafel in het keukentje van het webbureau. Er hing een stilte. De afgelopen dagen hadden we hard gewerkt aan het online brengen van onze website. Bij uitzondering werkten ze over op zondag. We konden spreken over kleuren, lettertypes en de plaats van buttons, maar voor de stilte tussen werk en schaft hadden we nog geen gespreksstof.

Hoe harder ik iets probeerde te bedenken, hoe stiller het werd tussen mijn oren. Als ik iets tegen De Collega wilde zeggen, dan moest dat urgenter zijn dan koetjes of kalfjes. Opzichtig riep De Bureaudirecteur vanuit de studio “Voer!”. De Oprichter liep binnen en zette in drie plastic tassen een halve rijsttafel op tafel. Ik voelde opluchting. Kauwende kaken hoeven niet te praten.

Halverwege mijn tweede bord nasi stootte de junior programmeur me aan. Hij knikte met zijn hoofd naar de overkant van de tafel. Zijn neus stootte een gniffel uit. De senior programmeur was zijn derde bord naar binnen aan het scheppen. Een lepel rijst wachtte ongeduldig op het openen van zijn mond. De Bureaudirecteur riep “Hatseee!” toen de lepel leeg uit zijn mond gleed. De Oprichter keek op van zijn SMS’jes met een glimlach. De junior programmeur lachte korrels rijst over tafel. De Collega en ik lachten ongemakkelijk met dichte mond mee.

In een poging deze smeerboel te stoppen zei ik: “Dat CSS is nog best nieuw voor mij. Wanneer kun je het beste een span gebruiken in plaats van een div?” Ik had mijn HTML-kennis overschat. Pagina’s die buiten het systeem vielen moesten handmatig worden opgemaakt en daar worstelde ik wat mee. Ik begreep niet goed waarom ik nu pas op deze stiltevulling kwam.

De senior programmeur keek me aan, wees met zijn lepel naar mijn buurman en zei met volle mond: “Dat kan Sonny je wel even uitleggen”. Hij lachte rijstkorrels met zoetzure saus bloot.

Ik was uitgegeten.

Heb je wat te melden?

Reactie